Vertaling van zucht

Inhoud:

Nederlands
Engels
geneigdheid [v], neiging [v], zucht [v] {zn.}
tendency 
inclination
Je hebt de neiging om te snel te praten.
You have a tendency to talk too fast.
tocht [m] (de ~), zuiging [v] (de ~), trek [m] (de ~), zucht [m] (de ~), luchtstroom {zn.}
draught 
draft
hunkering [v], zucht [v], verlangen, zielsverlangen {zn.}
longing
hankering
yearning
hunkering [v], zucht [v] {zn.}
longing
begeerte [v], zucht [v], lust, verlangen, wens, zin [m] {zn.}
wish 
desire 
want 
We verlangen allemaal naar succes.
We all desire success.
Verwar verlangen niet met liefde.
Don't confuse desire with love.
kermen, zuchten {ww.}
to groan
to moan

ik zucht
jij zucht
hij/zij/het zucht

I groan
you groan
he/she/it groans
» meer vervoegingen van to groan

hunkeren, reikhalzen, verlangen, smachten, zuchten, zuchten naar {ww.}
to long 
to yearn
to long for
to ache 
to ache for

ik zucht
jij zucht
hij/zij/het zucht

I long
you long
he/she/it longs
» meer vervoegingen van to long

kreunen, zuchten {ww.}
to sigh 

Gerelateerd aan zucht

geneigdheid - neiging - tocht - zuiging - trek - luchtstroom - hunkering - verlangen - zielsverlangen - begeerte - lust - wens - zin - kermen - zuchtenluchtstroom