Vertaling van zullen

Inhoud:

Nederlands
Engels
zullen, dienen, moeten {ww.}
to need

wij zullen
jullie zullen
zij zullen

we need
you need
they need
» meer vervoegingen van to need

Kinderen moeten spelen.
Children need to play.
Je handen moeten gewassen worden.
Your hands need to be washed.
zullen, willen {ww.}
to will

wij zullen
jullie zullen
zij zullen

we will
you will
they will
» meer vervoegingen van to will

Tulpen zullen snel bloeien.
Tulips will bloom soon.
Verraders zullen gedeporteerd worden.
Traitors will be deported.
horen, behoren, dienen, moeten, zullen {ww.}
to should
to have to
to must 
to need 
to ought to

wij zullen
jullie zullen
zij zullen

we must
you must
they must
» meer vervoegingen van to must

Mensen moeten werken.
People ought to work.
Je zou naar je moeder moeten luisteren.
You ought to listen to your mother.
gaan, zullen {ww.}
to go 
to be going to

wij zullen
jullie zullen
zij zullen

we go
you go
they go
» meer vervoegingen van to go

Wanneer jullie naar Roemenië gaan, zullen jullie het Kasteel van Dracula bezoeken.
When you go to Romania, you will visit Dracula's Castle.
Deze zomer zullen we naar de bergen gaan en naar zee.
This summer we'll go to the mountains and to the sea.
zullen {ww.}
to will

wij zullen
jullie zullen
zij zullen

we will
you will
they will
» meer vervoegingen van to will

Ze zullen nooit akkoord gaan.
They will never agree.
Altijd zullen we veranderen, altijd zullen we leren.
Forever we will change, forever we will learn.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Tulpen zullen snel bloeien.

Tulips will bloom soon.

We zullen zien.

We shall see.

Ze zullen me doden.

They'll kill me.

Zullen we gaan zwemmen?

How about going for a swim?

Verraders zullen gedeporteerd worden.

Traitors will be deported.

Altijd zullen we veranderen, altijd zullen we leren.

Forever we will change, forever we will learn.

Je vrienden zullen je missen.

You will be missed by your friends.

Je vrienden zullen je missen.

Your friends will miss you.

We zullen altijd vrienden zijn.

We'll always be friends.

Ze zullen nooit akkoord gaan.

They will never agree.

Waar zullen we vanavond eten?

Where shall we eat tonight?

Vandaag zullen we thuis zijn.

We will be at home today.

Wanneer zullen we er zijn?

When will we get there?

Wij zullen je helpen, goed?

We'll help you, okay?

We zullen nooit opnieuw verliefd worden.

We will never fall in love again.


Gerelateerd aan zullen

dienen - moeten - willen - horen - behoren - gaanzijn