Vertaling van moeten

Inhoud:

Nederlands
Engels
moeten {ww.}
to will

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we will
you will
they will
» meer vervoegingen van to will

Ik zal harder moeten studeren.
I will have to study harder.
Ge zult morgen moeten komen.
You will have to come tomorrow.
horen, behoren, dienen, moeten, zullen {ww.}
to should
to have to
to must 
to need 
to ought to

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we must
you must
they must
» meer vervoegingen van to must

Mensen moeten werken.
People ought to work.
Je zou naar je moeder moeten luisteren.
You ought to listen to your mother.
willen, motten, moeten {ww.}
to want
to desire

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we want
you want
they want
» meer vervoegingen van to want

We willen volledige zinnen.
We want complete sentences.
Ik vermoed, dat achter alles wat we doen moeten, wel iets zit, wat we doen willen...
I suppose that behind each thing we have to do, there's something we want to do...
hebben, moeten {ww.}
to need

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we need
you need
they need
» meer vervoegingen van to need

Kinderen hebben liefde nodig.
Children need loving.
We hebben geld nodig.
We need money.
zullen, dienen, moeten {ww.}
to need

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we need
you need
they need
» meer vervoegingen van to need

Kinderen moeten spelen.
Children need to play.
Je handen moeten gewassen worden.
Your hands need to be washed.
lusten, believen, blieven, houden, moeten, mogen {ww.}
to love

wij moeten
jullie moeten
zij moeten

we love
you love
they love
» meer vervoegingen van to love

Mensen houden van vrijheid.
People love freedom.
Ze houden van dat lied.
They love that song.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Mensen moeten werken.

People ought to work.

We moeten hier weg.

We should get out of here.

Ze moeten vooraf betalen.

They have to pay in advance.

We moeten gaan.

We must go.

We moeten ons verstoppen!

We must hide!

Kinderen moeten spelen.

Children need to play.

Mannen moeten werken.

Men should work.

We moeten vertrekken.

We should leave.

Alle mensen moeten sterven.

All men must die.

We moeten snel handelen.

We have to act quickly.

Je zou moeten slapen.

You should sleep.

Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.

Children are to obey their parents.

We moeten de regels volgen.

We must observe the rules.

Wij moeten naar school gaan.

We must go to school.

De ouderen moeten gerespecteerd worden.

The old must be respected.


Gerelateerd aan moeten

horen - behoren - dienen - zullen - willen - motten - hebben - lusten - believen - blieven - houden - mogenaandoen - voelen - zijn