Vertaling van aangrijpen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
aangrijpen, bewegen, ontroeren {ww.}
conmover

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo conmoveré
tú conmoverás
él/ella conmoverá
» meer vervoegingen van conmover

aangrijpen, aantasten, aanvallen, tackelen, attaqueren {ww.}
agredir
atacar

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo agrediré
tú agredirás
él/ella agredirá
» meer vervoegingen van agredir

frapperen, treffen, aandoen, aangrijpen {ww.}
afectar

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo afectaré
tú afectarás
él/ella afectará
» meer vervoegingen van afectar

inboezemen, aandoen, aangrijpen {ww.}
afectar

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo afectaré
tú afectarás
él/ella afectará
» meer vervoegingen van afectar

bemachtigen, grijpen, aangrijpen, vastgrijpen {ww.}
apoderarse de
coger
agarrar
asir

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo cogeré
tú cogerás
él/ella cogerá
» meer vervoegingen van coger

raken, treffen, aandoen, aangrijpen {ww.}
afectar

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo afectaré
tú afectarás
él/ella afectará
» meer vervoegingen van afectar

draaien, aandoen, aangrijpen {ww.}
afectar

ik zal aangrijpen
jij zult aangrijpen
hij/zij/het zal aangrijpen

yo afectaré
tú afectarás
él/ella afectará
» meer vervoegingen van afectar