Vertaling van afgelopen
dispuesto
preparado
expirar
ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen
yo he expirado
tú has expirado
él/ella ha expirado
» meer vervoegingen van expirar
recorrer
ik heb afgelopen
jij hebt afgelopen
hij/zij/het heeft afgelopen
yo he atravesado
tú has atravesado
él/ella ha atravesado
» meer vervoegingen van atravesar
Voorbeelden in zinsverband
Morgen is de conferentie afgelopen.
La conferencia terminará mañana.
Wat heb je afgelopen zondag gedaan?
¿Qué hiciste el domingo pasado?
Waarom belde je me niet afgelopen nacht?
¿Por qué no me llamaste anoche?
Wat heb je afgelopen nacht gedaan?
¿Qué hiciste anoche?
Zijn zoon is het afgelopen jaar gestorven.
Su hijo murió el año pasado.
Zijn oudere zus is afgelopen maand getrouwd.
Su hermana mayor se casó el mes pasado.
Hij verbleef de afgelopen vijf dagen in dat hotel.
Se ha quedado en ese hotel desde hace cinco días.
Afgelopen week is ze bevallen van een mooie dochter.
La semana pasada dio a luz a una hija preciosa.
De afgelopen tijd is er veel gesproken over de architectuur van de nieuwe school.
Últimamente ha habido mucho debate sobre la arquitectura de la nueva escuela.