Vertaling van loop

Inhoud:

Nederlands
Frans
gang [m], loop [m] {zn.}
façon de marcher [v] (la ~)
démarche  [v] (la ~)
buis [v], kanaal [o], loop [m], pijp [v], roer [o], steel [m] {zn.}
tuyau  [m] (le ~)
tube  [m] (le ~)
stroming [v], loop [m], stroom [m] {zn.}
courant  [m] (le ~)
lopen, marcheren {ww.}
marcher 

ik loop

je marche
» meer vervoegingen van marcher

Hij kan niet meer lopen.
Il ne peut plus marcher.
aan de wandel zijn, lopen, tippelen, wandelen {ww.}
se promener 
Hij ging wandelen.
Il est allé se promener.
Ze gaat graag alleen wandelen.
Elle aime se promener seule.
gaan, lopen, van stapel lopen, verlopen, zich begeven {ww.}
aller 
se déplacer 

ik loop

je vais
» meer vervoegingen van aller

Ik moet gaan.
Je devrais y aller.
Ik moet gaan slapen.
Je dois aller dormir.
lopen, stromen, vlieten, vloeien {ww.}
couler 

ik loop

je coule
» meer vervoegingen van couler

lopen, schrijden, stappen, treden {ww.}
faire les cent pas