Vertaling van aanlokken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
trekken, aantrekken, verlekkeren, toelachen, bekoren, aanlokken {ww.}
trekken
aantrekken
verlekkeren
toelachen
bekoren
aanlokken {ww.}
aantrekken
verlekkeren
toelachen
bekoren
aanlokken {ww.}
ik zal aanlokken
jij zult aanlokken
hij/zij/het zal aanlokken
ik zal trekken
jij zult trekken
hij/zij/het zal trekken
» meer vervoegingen van trekken
Zwaartekracht is een natuurkracht, waardoor dingen elkaar aantrekken.
Zwaartekracht is een natuurkracht, waardoor dingen elkaar aantrekken.
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
trekken, aantrekken, lokken, bekoren, aanlokken {ww.}
trekken
aantrekken
lokken
bekoren
aanlokken {ww.}
aantrekken
lokken
bekoren
aanlokken {ww.}
ik zal aanlokken
jij zult aanlokken
hij/zij/het zal aanlokken
ik zal trekken
jij zult trekken
hij/zij/het zal trekken
» meer vervoegingen van trekken
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
Mary begon haar kleren uit te trekken.
Mary begon haar kleren uit te trekken.