Vertaling van argumenteren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
betogen, vertogen, argumenteren {ww.}
betogen
vertogen
argumenteren {ww.}
vertogen
argumenteren {ww.}
ik argumenteer
jij argumenteert
hij/zij/het argumenteert
ik betoog
jij betoogt
hij/zij/het betoogt
» meer vervoegingen van betogen
argumenteren, raisonneren, redeneren {ww.}
argumenteren
raisonneren
redeneren {ww.}
raisonneren
redeneren {ww.}
ik argumenteer
jij argumenteert
hij/zij/het argumenteert
ik argumenteer
jij argumenteert
hij/zij/het argumenteert
» meer vervoegingen van argumenteren
funderen, gronden, baseren, onderbouwen, argumenteren, beargumenteren {ww.}
funderen
gronden
baseren
onderbouwen
argumenteren
beargumenteren {ww.}
gronden
baseren
onderbouwen
argumenteren
beargumenteren {ww.}
ik argumenteer
jij argumenteert
hij/zij/het argumenteert
ik fundeer
jij fundeert
hij/zij/het fundeert
» meer vervoegingen van funderen