Vertaling van baseren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
vestigen, stichten, funderen, grondvesten, baseren {ww.}
vestigen
stichten
funderen
grondvesten
baseren {ww.}

ik baseer
jij baseert
hij/zij/het baseert

ik vestig
jij vestigt
hij/zij/het vestigt
» meer vervoegingen van vestigen

Zoveel inspanning kostte het de Romeinse staat te vestigen
Zoveel inspanning kostte het de Romeinse staat te vestigen
gronden, baseren {ww.}
gronden
baseren {ww.}

ik baseer
jij baseert
hij/zij/het baseert

ik grond
jij grondt
hij/zij/het grondt
» meer vervoegingen van gronden

funderen, gronden, baseren, onderbouwen, argumenteren, beargumenteren {ww.}
funderen
gronden
baseren
onderbouwen
argumenteren
beargumenteren {ww.}

ik argumenteer
jij argumenteert
hij/zij/het argumenteert

ik fundeer
jij fundeert
hij/zij/het fundeert
» meer vervoegingen van funderen

vertrekken, uitgaan, baseren {ww.}
vertrekken
uitgaan
baseren {ww.}

ik baseer
jij baseert
hij/zij/het baseert

ik vertrek
jij vertrekt
hij/zij/het vertrekt
» meer vervoegingen van vertrekken

We gaan morgen vertrekken.
We gaan morgen vertrekken.
We vertrekken zonder hem.
We vertrekken zonder hem.


Gerelateerd aan baseren

vestigen - stichten - funderen - grondvesten - gronden - onderbouwen - argumenteren - beargumenteren - vertrekken - uitgaanuitleggen - bedienen