Vertaling van beknotten
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
beperkingen opleggen aan, beknotten, beperken, begrenzen {ww.}
beperkingen opleggen aan
beknotten
beperken
begrenzen {ww.}
beknotten
beperken
begrenzen {ww.}
ik begrens
jij begrenst
hij/zij/het begrenst
ik beknot
jij beknot
hij/zij/het beknot
» meer vervoegingen van beknotten
kortwieken, binden, knotten, knevelen, ketenen, breidelen, beknotten {ww.}
kortwieken
binden
knotten
knevelen
ketenen
breidelen
beknotten {ww.}
binden
knotten
knevelen
ketenen
breidelen
beknotten {ww.}
ik beknot
jij beknot
hij/zij/het beknot
ik kortwiek
jij kortwiekt
hij/zij/het kortwiekt
» meer vervoegingen van kortwieken