Vertaling van bengel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bengel {zn.}
bengel {zn.}
vlegel, straatbengel, snotaap, rekel, blaag , bengel {zn.}
vlegel
straatbengel
snotaap
rekel
blaag
bengel {zn.}
straatbengel
snotaap
rekel
blaag
bengel {zn.}
zwaaien, bungelen, bengelen {ww.}
zwaaien
bungelen
bengelen {ww.}
bungelen
bengelen {ww.}
ik bengel
jij bengelt
hij/zij/het bengelt
ik zwaai
jij zwaait
hij/zij/het zwaait
» meer vervoegingen van zwaaien
Ik ben naar het vliegveld geweest om een vriend uit te zwaaien.
Ik ben naar het vliegveld geweest om een vriend uit te zwaaien.
Ik ben alleen even naar het vliegveld geweest om een vriend die naar Europa ging uit te zwaaien.
Ik ben alleen even naar het vliegveld geweest om een vriend die naar Europa ging uit te zwaaien.
aap, stouterd , schobbejak , schavuit , vlerk , blaag , ondeugd , dondersteen , donderstraal, boef , doerak , bengel , apenkop, apekop, stouterik , lorejas, vlegel , nietdeug, kapoen , rakker , schooier , rekel , belhamel , deugniet {zn.}
aap
stouterd
schobbejak
schavuit
vlerk
blaag
ondeugd
dondersteen
donderstraal
boef
doerak
bengel
apenkop
apekop
stouterik
lorejas
vlegel
nietdeug
kapoen
rakker
schooier
rekel
belhamel
deugniet {zn.}
stouterd
schobbejak
schavuit
vlerk
blaag
ondeugd
dondersteen
donderstraal
boef
doerak
bengel
apenkop
apekop
stouterik
lorejas
vlegel
nietdeug
kapoen
rakker
schooier
rekel
belhamel
deugniet {zn.}
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Een aap beklimt een hoge boom.
Een aap beklimt een hoge boom.
bengelen, bungelen {ww.}
bengelen
bungelen {ww.}
bungelen {ww.}
ik bengel
jij bengelt
hij/zij/het bengelt
ik bengel
jij bengelt
hij/zij/het bengelt
» meer vervoegingen van bengelen