Vertaling van bladeren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bladeren, ombladeren, doorbladeren {ww.}
bladeren
ombladeren
doorbladeren {ww.}

ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert

ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
» meer vervoegingen van bladeren

Deze twee bladeren lijken op elkaar.
Deze twee bladeren lijken op elkaar.
In de herfst worden de bladeren geel.
In de herfst worden de bladeren geel.
bladeren {ww.}
bladeren {ww.}

ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert

ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
» meer vervoegingen van bladeren

In oktober beginnen de bladeren te vallen.
In oktober beginnen de bladeren te vallen.
In de herfst worden deze groene bladeren rood.
In de herfst worden deze groene bladeren rood.
krant [v], nieuwsblad, courant [v], blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
krant [v]
nieuwsblad
courant [v]
blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
Waar is de krant?
Waar is de krant?
Welke krant nemen jullie?
Welke krant nemen jullie?
lamel, plaatje [o], folie [v], mesje [o], blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
lamel
plaatje [o]
folie [v]
mesje [o]
blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
vel [o], blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
vel [o]
blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
Denk niet bij het laatste vel: wie na mij komt, die redt het wel.
Denk niet bij het laatste vel: wie na mij komt, die redt het wel.
Een goede herder scheert zijn schapen, maar trekt hen niet het vel over de oren.
Een goede herder scheert zijn schapen, maar trekt hen niet het vel over de oren.
theeblad, schenkblad, dienblad [o], presenteerblad, blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
theeblad
schenkblad
dienblad [o]
presenteerblad
blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
plat, plateau, bordes [o], blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
plat
plateau
bordes [o]
blad (mv. bladeren) [o] {zn.}
De batterijen in mijn rekenmachine zijn plat.
De batterijen in mijn rekenmachine zijn plat.
Ze geloofden dat de wereld plat was.
Ze geloofden dat de wereld plat was.
blad (mv. bladeren) [o], blad papier, vel [o], vel papier {zn.}
blad (mv. bladeren) [o]
blad papier
vel [o]
vel papier {zn.}
blad (mv. bladeren) {eigenn.}
blad (mv. bladeren) {eigenn.}
blaadje, blad [o] (het ~) {zn.}
blaadje
blad [o] (het ~) {zn.}
Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.
Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.
dienblad [o] (het ~), blad (mv. bladeren), presenteerblad [o] (het ~), schenkblad, theeblad [o] (het ~), plateau [o] (het ~) {zn.}
dienblad [o] (het ~)
blad (mv. bladeren)
presenteerblad [o] (het ~)
schenkblad
theeblad [o] (het ~)
plateau [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~), blaadje [o] (het ~), papier [o] (het ~), vel [o] (het ~), velletje [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~)
blaadje [o] (het ~)
papier [o] (het ~)
vel [o] (het ~)
velletje [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) [o] (het ~) {zn.}
blad (mv. bladeren) {zn.}
blad (mv. bladeren) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Deze twee bladeren lijken op elkaar.

Deze twee bladeren lijken op elkaar.

In de herfst worden de bladeren geel.

In de herfst worden de bladeren geel.

In oktober beginnen de bladeren te vallen.

In oktober beginnen de bladeren te vallen.

In de herfst worden deze groene bladeren rood.

In de herfst worden deze groene bladeren rood.

De bladeren van de bomen worden bruin in de herfst.

De bladeren van de bomen worden bruin in de herfst.

In de winter vliegen de droge bladeren in de lucht rond.

In de winter vliegen de droge bladeren in de lucht rond.


Gerelateerd aan bladeren

ombladeren - doorbladeren - krant - nieuwsblad - courant - blad - lamel - plaatje - folie - mesje - vel - theeblad - schenkblad - dienblad - presenteerbladlezen - deel - voorwerp - blad - publikatie - plaatje - tandwiel - lob