Vertaling van bladeren
ombladeren
doorbladeren {ww.}
ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
» meer vervoegingen van bladeren
ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
ik blader
jij bladert
hij/zij/het bladert
» meer vervoegingen van bladeren
nieuwsblad
courant
blad (mv. bladeren) {zn.}
plaatje
folie
mesje
blad (mv. bladeren) {zn.}
blad (mv. bladeren) {zn.}
schenkblad
dienblad
presenteerblad
blad (mv. bladeren) {zn.}
plateau
bordes
blad (mv. bladeren) {zn.}
blad papier
vel
vel papier {zn.}
blad {zn.}
blad (mv. bladeren)
presenteerblad
schenkblad
theeblad
plateau {zn.}
blaadje
papier
vel
velletje {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Deze twee bladeren lijken op elkaar.
Deze twee bladeren lijken op elkaar.
In de herfst worden de bladeren geel.
In de herfst worden de bladeren geel.
In oktober beginnen de bladeren te vallen.
In oktober beginnen de bladeren te vallen.
In de herfst worden deze groene bladeren rood.
In de herfst worden deze groene bladeren rood.
De bladeren van de bomen worden bruin in de herfst.
De bladeren van de bomen worden bruin in de herfst.
In de winter vliegen de droge bladeren in de lucht rond.
In de winter vliegen de droge bladeren in de lucht rond.