Vertaling van boenen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
poetsen, wrijven, schuren, zoeten, polijsten, boenen {ww.}
poetsen
wrijven
schuren
zoeten
polijsten
boenen {ww.}
wrijven
schuren
zoeten
polijsten
boenen {ww.}
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
» meer vervoegingen van poetsen
Ik moet mijn tanden poetsen.
Ik moet mijn tanden poetsen.
Zout in iemands wonden wrijven.
Zout in iemands wonden wrijven.
boenen {ww.}
boenen {ww.}
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
» meer vervoegingen van boenen
uitschuren, boenen {ww.}
uitschuren
boenen {ww.}
boenen {ww.}
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
ik schuur uit
jij schuurt uit
hij/zij/het schuurt uit
» meer vervoegingen van uitschuren
uitboenen, boenen {ww.}
uitboenen
boenen {ww.}
boenen {ww.}
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
ik boen uit
jij boent uit
hij/zij/het boent uit
» meer vervoegingen van uitboenen