Vertaling van poetsen
opwrijven {ww.}
ik wrijf op
jij wrijft op
hij/zij/het wrijft op
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
» meer vervoegingen van poetsen
wrijven
schuren
zoeten
polijsten
boenen {ww.}
ik boen
jij boent
hij/zij/het boent
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
» meer vervoegingen van poetsen
schoenen poetsen {ww.}
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
» meer vervoegingen van poetsen
wrijven {ww.}
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
ik poets
jij poetst
hij/zij/het poetst
» meer vervoegingen van poetsen
poets
paskwil
gekheid {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Ik moet mijn tanden poetsen.
Ik moet mijn tanden poetsen.
Je moet minstens twee keer per dag je tanden poetsen.
Je moet minstens twee keer per dag je tanden poetsen.
Je zou er een gewoonte van moeten maken je tanden te poetsen na elke maaltijd.
Je zou er een gewoonte van moeten maken je tanden te poetsen na elke maaltijd.