Vertaling van bouwsteen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stuk [o], steen [o], tichel [m], klinker [m], bouwsteen [m], baksteen [o] {zn.}
stuk [o]
steen [o]
tichel [m]
klinker [m]
bouwsteen [m]
baksteen [o] {zn.}
Een steen drijft niet.
Een steen drijft niet.
Ik kan deze steen niet oppakken.
Ik kan deze steen niet oppakken.
bouwsteen [m] (de ~) {zn.}
bouwsteen [m] (de ~) {zn.}
bouwsteen [m] (de ~) {zn.}
bouwsteen [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan bouwsteen

stuk - steen - tichel - klinker - baksteensteen - ingrediënt