Vertaling van klinker

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
klinker [m] {zn.}
klinker [m] {zn.}
klinker [m] {zn.}
klinker [m] {zn.}
stuk [o], steen [o], tichel [m], klinker [m], bouwsteen [m], baksteen [o] {zn.}
stuk [o]
steen [o]
tichel [m]
klinker [m]
bouwsteen [m]
baksteen [o] {zn.}
Een steen drijft niet.
Een steen drijft niet.
Ik kan deze steen niet oppakken.
Ik kan deze steen niet oppakken.
vocaal [v], zelfklinker [m], klinker [m] {zn.}
vocaal [v]
zelfklinker [m]
klinker [m] {zn.}
klinker {zn.}
klinker {zn.}
vocaal [m] (de ~), klinker [m] (de ~) {zn.}
vocaal [m] (de ~)
klinker [m] (de ~) {zn.}
klinkersteen, straatklinker, klinker [m] (de ~) {zn.}
klinkersteen
straatklinker
klinker [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan klinker

stuk - steen - tichel - bouwsteen - baksteen - vocaal - zelfklinker - klinkersteen - straatklinkerletter - spraakklank - straatsteen