Vertaling van cirkel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
cirkel , kring {zn.}
cirkel
kring {zn.}
kring {zn.}
Teken een kleine cirkel.
Teken een kleine cirkel.
cirkel {zn.}
cirkel {zn.}
cirkel , kring {zn.}
cirkel
kring {zn.}
kring {zn.}
cirkelen {ww.}
cirkelen {ww.}
ik cirkel
jij cirkelt
hij/zij/het cirkelt
ik cirkel
jij cirkelt
hij/zij/het cirkelt
» meer vervoegingen van cirkelen
wentelen, ronddraaien, rondwentelen, roteren, cirkelen {ww.}
wentelen
ronddraaien
rondwentelen
roteren
cirkelen {ww.}
ronddraaien
rondwentelen
roteren
cirkelen {ww.}
ik cirkel
jij cirkelt
hij/zij/het cirkelt
ik wentel
jij wentelt
hij/zij/het wentelt
» meer vervoegingen van wentelen