Vertaling van daveren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
daveren, donderen, bulderen {ww.}
daveren
donderen
bulderen {ww.}
donderen
bulderen {ww.}
ik bulder
jij buldert
hij/zij/het buldert
ik daver
jij davert
hij/zij/het davert
» meer vervoegingen van daveren
loeien, bulderen, daveren, brullen {ww.}
loeien
bulderen
daveren
brullen {ww.}
bulderen
daveren
brullen {ww.}
ik brul
jij brult
hij/zij/het brult
ik loei
jij loeit
hij/zij/het loeit
» meer vervoegingen van loeien
schetteren, daveren {ww.}
schetteren
daveren {ww.}
daveren {ww.}
ik daver
jij davert
hij/zij/het davert
ik schetter
jij schettert
hij/zij/het schettert
» meer vervoegingen van schetteren
denderen, daveren, dreunen {ww.}
denderen
daveren
dreunen {ww.}
daveren
dreunen {ww.}
ik daver
jij davert
hij/zij/het davert
ik dender
jij dendert
hij/zij/het dendert
» meer vervoegingen van denderen