Vertaling van drein

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
drenzen, jengelen, dreinen {ww.}
drenzen
jengelen
dreinen {ww.}

ik drein
jij dreint
hij/zij/het dreint

ik drens
jij drenst
hij/zij/het drenst
» meer vervoegingen van drenzen

zaag [m] (de ~), zeikstraal [m] (de ~), zeiker, doordrammer, zeveraar [m] (de ~), zeurkous [m] (de ~), zemelap, zemel, oudwijf, jengel, dreiner, drein, drammer, ultra [m] (de ~), doordraver, zeiksnor, zeikvent, teem, zemelaar [m] (de ~), zageman, zeur [m] (de ~), zanik, zever [m] (de ~), zaniker, zanikpot, zeurpiet [m] (de ~) {zn.}
zaag [m] (de ~)
zeikstraal [m] (de ~)
zeiker
doordrammer
zeveraar [m] (de ~)
zeurkous [m] (de ~)
zemelap
zemel
oudwijf
jengel
dreiner
drein
drammer
ultra [m] (de ~)
doordraver
zeiksnor
zeikvent
teem
zemelaar [m] (de ~)
zageman
zeur [m] (de ~)
zanik
zever [m] (de ~)
zaniker
zanikpot
zeurpiet [m] (de ~) {zn.}
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.
simpen, simmen, drenzen, jengelen, dreinen {ww.}
simpen
simmen
drenzen
jengelen
dreinen {ww.}

ik drein
jij dreint
hij/zij/het dreint

ik simp
jij simpt
hij/zij/het simpt
» meer vervoegingen van simpen



Gerelateerd aan drein

drenzen - jengelen - dreinen - zaag - zeikstraal - zeiker - doordrammer - zeveraar - zeurkous - zemelap - zemel - oudwijf - jengel - dreiner - drammerpersoon - zeuren