Vertaling van eer

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
eer [v], hulde {zn.}
eer [v]
hulde {zn.}
Ik had de eer niet om hem te ontmoeten.
Ik had de eer niet om hem te ontmoeten.
Alleen aan God de eer
Alleen aan God de eer
eer, eerder, vroeger {bw.}
eer
eerder
vroeger {bw.}
eer, liever {bw.}
eer
liever {bw.}
alvorens, alvorens te, eer, aleer, voor, vooraleer {vw.}
alvorens
alvorens te
eer
aleer
voor
vooraleer {vw.}
bij voorkeur, eer, liefst, liever, veeleer {bw.}
bij voorkeur
eer
liefst
liever
veeleer {bw.}
huldigen, vereren, eren {ww.}
huldigen
vereren
eren {ww.}

ik eer
jij eert
hij/zij/het eert

ik huldig
jij huldigt
hij/zij/het huldigt
» meer vervoegingen van huldigen

eren {ww.}
eren {ww.}

ik eer
jij eert
hij/zij/het eert

ik eer
jij eert
hij/zij/het eert
» meer vervoegingen van eren

eren {ww.}
eren {ww.}

ik eer
jij eert
hij/zij/het eert

ik eer
jij eert
hij/zij/het eert
» meer vervoegingen van eren



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik had de eer niet om hem te ontmoeten.

Ik had de eer niet om hem te ontmoeten.

Alleen aan God de eer

Alleen aan God de eer

Eer is de loon der deugd

Eer is de loon der deugd

Hij had de eer voorgesteld te worden aan een groot schrijver.

Hij had de eer voorgesteld te worden aan een groot schrijver.


Gerelateerd aan eer

hulde - eerder - vroeger - liever - alvorens - alvorens te - aleer - voor - vooraleer - bij voorkeur - liefst - veeleer - huldigen - vereren - erenrespecteren - prijzen