Vertaling van geïrriteerd
verstoord
gecrispeerd
geprikkeld
gramstorig
ibbel
iebel
korzelig
kregel
kregelig
kribbig
kriegel
kriegelig
wrevelig
kriebelig {bn.}
prikkelen
agaceren {ww.}
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
» meer vervoegingen van irriteren
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
» meer vervoegingen van irriteren
sarren
prikkelen
op stang jagen
ophitsen
aanstoken {ww.}
ik heb aangestookt
ik had aangestookt
ik zal aangestookt hebben
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
» meer vervoegingen van irriteren
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
» meer vervoegingen van irriteren
ergeren
misnoegen
ontstemmen
mishagen {ww.}
ik heb geërgerd
ik had geërgerd
ik zal geërgerd hebben
ik heb geïrriteerd
ik had geïrriteerd
ik zal geïrriteerd hebben
» meer vervoegingen van irriteren