Vertaling van geliefd

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
geliefd, gezien, gezocht {bn.}
geliefd
gezien
gezocht {bn.}
bemind, geliefd {bn.}
bemind
geliefd {bn.}
geliefd, bemind, lief {bn.}
geliefd
bemind
lief {bn.}
welwillend zijn, gelieven {ww.}
welwillend zijn
gelieven {ww.}

ik heb geliefd
ik had geliefd
ik zal geliefd hebben

ik heb geliefd
ik had geliefd
ik zal geliefd hebben
» meer vervoegingen van gelieven

populair, geliefd, popi, getapt {bn.}
populair
geliefd
popi
getapt {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Wees geliefd.

Wees geliefd.

De man werd geliefd door iedereen.

De man werd geliefd door iedereen.


Gerelateerd aan geliefd

gezien - gezocht - bemind - lief - welwillend zijn - gelieven - populair - popi - getaptgeacht