Vertaling van gezien
gezien
gezocht {bn.}
gezien {bn.}
gezien {vz.}
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
» meer vervoegingen van zien
geëerd
gerespecteerd
gewaardeerd
gezien
best {bn.}
ontvangen
bekijken
beschouwen
bezien
aankijken
beoordelen
inschatten {ww.}
ik heb aangekeken
ik had aangekeken
ik zal aangekeken hebben
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
» meer vervoegingen van zien
houden
beschouwen
achten
schatten
aanmerken
bevinden
oordelen {ww.}
ik heb aangemerkt
ik had aangemerkt
ik zal aangemerkt hebben
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
» meer vervoegingen van zien
proberen
pogen
trachten
beproeven {ww.}
ik heb beproefd
jij hebt beproefd
hij/zij/het heeft beproefd
ik heb gezien
jij hebt gezien
hij/zij/het heeft gezien
» meer vervoegingen van zien
aanschouwen {ww.}
ik heb aanschouwd
ik had aanschouwd
ik zal aanschouwd hebben
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
» meer vervoegingen van zien
ogen
kijken
tonen
eruitzien {ww.}
ik heb eruitgezien
ik had eruitgezien
ik zal eruitgezien hebben
ik heb gezien
ik had gezien
ik zal gezien hebben
» meer vervoegingen van zien
Voorbeelden in zinsverband
Lang niet gezien.
Lang niet gezien.
Lang niet gezien.
Lang niet gezien.
Ik heb niemand gezien.
Ik heb niemand gezien.
Ik heb niets gezien.
Ik heb niets gezien.
Ik heb Dana gezien.
Ik heb Dana gezien.
Lang niet gezien.
Lang niet gezien.
Hebt u deze man gezien?
Hebt u deze man gezien?
Ge hebt hem niet gezien.
Ge hebt hem niet gezien.
Ik heb haar gisteren gezien.
Ik heb haar gisteren gezien.
Heb je deze film gezien?
Heb je deze film gezien?
Ik heb het zelf gezien.
Ik heb het zelf gezien.
Heb je mijn fototoestel gezien?
Heb je mijn fototoestel gezien?
Ze hebben ons gisteren gezien.
Ze hebben ons gisteren gezien.
Niemand heeft ooit zoiets gezien.
Niemand heeft ooit zoiets gezien.
Slobeenden heb ik nog nooit gezien.
Slobeenden heb ik nog nooit gezien.