Vertaling van gestel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gestel, constitutie [v] {zn.}
gestel
constitutie [v] {zn.}
natuur [v] (de ~), wezen (het ~), karakter [o] (het ~), aard [m] (de ~), inborst [m] (de ~), gestel [o] (het ~), geaardheid [v] (de ~) {zn.}
natuur [v] (de ~)
wezen (het ~)
karakter [o] (het ~)
aard [m] (de ~)
inborst [m] (de ~)
gestel [o] (het ~)
geaardheid [v] (de ~) {zn.}
Ik hou van de natuur.
Ik hou van de natuur.
Ik ben vandaag bloed wezen geven.
Ik ben vandaag bloed wezen geven.
fysiek [m] (de/het ~), constitutie [v] (de ~), lichaamsgesteldheid, gestel [o] (het ~) {zn.}
fysiek [m] (de/het ~)
constitutie [v] (de ~)
lichaamsgesteldheid
gestel [o] (het ~) {zn.}
Zijn geheugenverlies is meer een psychologisch dan een fysiek probleem.
Zijn geheugenverlies is meer een psychologisch dan een fysiek probleem.
skelet [o] (het ~), frame [o] (het ~), gestel [o] (het ~), geraamte [o] (het ~), draagstel {zn.}
skelet [o] (het ~)
frame [o] (het ~)
gestel [o] (het ~)
geraamte [o] (het ~)
draagstel {zn.}
Hij lijkt wel een skelet.
Hij lijkt wel een skelet.
De verkenners ontdekten een skelet in de grot.
De verkenners ontdekten een skelet in de grot.