Vertaling van goedendag
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
dag, goedendag, goeiendag
dag
goedendag
goeiendag
goedendag
goeiendag
goedendag , morgenster {zn.}
goedendag
morgenster {zn.}
morgenster {zn.}
Goedendag, waarmee kan ik u van dienst zijn?
Goedendag, waarmee kan ik u van dienst zijn?
Waarom zegt men "Goedendag" wanneer de dag niet goed is?
Waarom zegt men "Goedendag" wanneer de dag niet goed is?
goedendagzeggen {ww.}
goedendagzeggen {ww.}
ik zeg goedendag
jij zegt goedendag
hij/zij/het zegt goedendag
ik zeg goedendag
jij zegt goedendag
hij/zij/het zegt goedendag
» meer vervoegingen van goedendagzeggen
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Goedendag, waarmee kan ik u van dienst zijn?
Goedendag, waarmee kan ik u van dienst zijn?
Waarom zegt men "Goedendag" wanneer de dag niet goed is?
Waarom zegt men "Goedendag" wanneer de dag niet goed is?