Vertaling van kramen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
kramen {ww.}
kramen {ww.}
ik kraam
jij kraamt
hij/zij/het kraamt
ik kraam
jij kraamt
hij/zij/het kraamt
» meer vervoegingen van kramen
verlossing , kraam (mv. kramen), bevalling {zn.}
verlossing
kraam (mv. kramen)
bevalling {zn.}
kraam (mv. kramen)
bevalling {zn.}
tent , schuur , loods , kraam (mv. kramen), keet, stalletje {zn.}
tent
schuur
loods
kraam (mv. kramen)
keet
stalletje {zn.}
schuur
loods
kraam (mv. kramen)
keet
stalletje {zn.}
bakeren, kramen {ww.}
bakeren
kramen {ww.}
kramen {ww.}
ik baker
jij bakert
hij/zij/het bakert
ik baker
jij bakert
hij/zij/het bakert
» meer vervoegingen van bakeren
tent , kraam , stalletje {zn.}
tent
kraam
stalletje {zn.}
kraam
stalletje {zn.}
kraam , kraambed {zn.}
kraam
kraambed {zn.}
kraambed {zn.}