Vertaling van verlossing

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verlossing [v], kraam, bevalling [v] {zn.}
verlossing [v]
kraam
bevalling [v] {zn.}
vrijlating [v], ontheffing [v], verlossing [v], bevrijding [v] {zn.}
vrijlating [v]
ontheffing [v]
verlossing [v]
bevrijding [v] {zn.}
Tom werd tot levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating veroordeeld.
Tom werd tot levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating veroordeeld.
Tom werd tot levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating veroordeeld.
Tom werd tot levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating veroordeeld.
verlossing [v] (de ~), bevrijding [v] (de ~) {zn.}
verlossing [v] (de ~)
bevrijding [v] (de ~) {zn.}
heil, behoud [o], uitkomst, redding [v], verlossing [v], uitredding [v], berging [v] {zn.}
heil
behoud [o]
uitkomst
redding [v]
verlossing [v]
uitredding [v]
berging [v] {zn.}
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Tot heil voor mens en dier
Tot heil voor mens en dier
baring, verlossing [v] (de ~), bevalling [v] (de ~) {zn.}
baring
verlossing [v] (de ~)
bevalling [v] (de ~) {zn.}
reiniging [v] (de ~), verlossing [v] (de ~), heiliging {zn.}
reiniging [v] (de ~)
verlossing [v] (de ~)
heiliging {zn.}


Gerelateerd aan verlossing

kraam - bevalling - vrijlating - ontheffing - bevrijding - heil - behoud - uitkomst - redding - uitredding - berging - baring - reiniging - heiligingdaad - handeling - gebeurtenis - bevrijding