Vertaling van behoud

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
behoud [o], handhaving [v], bewaring [v] {zn.}
behoud [o]
handhaving [v]
bewaring [v] {zn.}
Behoud het goede
Behoud het goede
Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow
Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow
behoud [o], instandhouding [v] {zn.}
behoud [o]
instandhouding [v] {zn.}
Het begin van je behoud is het bemerken van je fout
Het begin van je behoud is het bemerken van je fout
behoud [o] (het ~), instandhouding [m] (de ~), handhaving [v] (de ~) {zn.}
behoud [o] (het ~)
instandhouding [m] (de ~)
handhaving [v] (de ~) {zn.}
heil, behoud [o], uitkomst, redding [v], verlossing [v], uitredding [v], berging [v] {zn.}
heil
behoud [o]
uitkomst
redding [v]
verlossing [v]
uitredding [v]
berging [v] {zn.}
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Buiten de kerk geen heil (redding of zaligheid)
Tot heil voor mens en dier
Tot heil voor mens en dier
bergen, redden, behouden {ww.}
bergen
redden
behouden {ww.}

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt

ik berg
jij bergt
hij/zij/het bergt
» meer vervoegingen van bergen

Hij kwam mij redden.
Hij kwam mij redden.
Ik was in de bergen.
Ik was in de bergen.
behouden, bergen, bewaren, conserveren, onderhouden, overhouden {ww.}
behouden
bergen
bewaren
conserveren
onderhouden
overhouden {ww.}

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt
» meer vervoegingen van behouden

aanhouden, behouden, bewaren, handhaven, blijven {ww.}
aanhouden
behouden
bewaren
handhaven
blijven {ww.}

ik houd aan
jij houdt aan
hij/zij/het houdt aan

ik houd aan
jij houdt aan
hij/zij/het houdt aan
» meer vervoegingen van aanhouden

heil [o] (het ~), behoud, redding [v] (de ~), behoudenis {zn.}
heil [o] (het ~)
behoud
redding [v] (de ~)
behoudenis {zn.}
De enige zekerheid voor de verliezers is geen heil te verwachten
De enige zekerheid voor de verliezers is geen heil te verwachten
Van het kruis (van Christus) komt de redding
Van het kruis (van Christus) komt de redding
behouden, ongedeerd, onverlet, ongehavend {ww.}
behouden
ongedeerd
onverlet
ongehavend {ww.}

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt
» meer vervoegingen van behouden

Muammar Kaddifi kon ongedeerd ontkomen.
Muammar Kaddifi kon ongedeerd ontkomen.
Goede tradities moeten behouden worden.
Goede tradities moeten behouden worden.
redden, behouden {ww.}
redden
behouden {ww.}

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt

ik red
jij redt
hij/zij/het redt
» meer vervoegingen van redden

Enkel vrede kan de wereld redden.
Enkel vrede kan de wereld redden.
behouden, bewaren, houden {ww.}
behouden
bewaren
houden {ww.}

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt

ik behoud
jij behoudt
hij/zij/het behoudt
» meer vervoegingen van behouden



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Behoud het goede

Behoud het goede

Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow

Als de wind gunstig is, behoud koers" ("Go with the flow

Het begin van je behoud is het bemerken van je fout

Het begin van je behoud is het bemerken van je fout