Vertaling van lamp

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lamp, ventiel [o], luchtklep [v], radiobuis, radiolamp {zn.}
lamp
ventiel [o]
luchtklep [v]
radiobuis
radiolamp {zn.}
Ik heb een oude lamp gekocht.
Ik heb een oude lamp gekocht.
Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.
Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.
lamp [v], peer [v], ampul [v] {zn.}
lamp [v]
peer [v]
ampul [v] {zn.}
De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.
De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.
Het woord van de Heer is een lamp voor onze voeten
Het woord van de Heer is een lamp voor onze voeten
lamp [v] {zn.}
lamp [v] {zn.}
lamp [m] (de ~) {zn.}
lamp [m] (de ~) {zn.}
licht [o] (het ~), lamp [m] (de ~), lichtje {zn.}
licht [o] (het ~)
lamp [m] (de ~)
lichtje {zn.}
Ik zie een licht.
Ik zie een licht.
Kaas is niet licht verteerbaar.
Kaas is niet licht verteerbaar.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik heb een oude lamp gekocht.

Ik heb een oude lamp gekocht.

Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.

Edison heeft de elektrische lamp uitgevonden.

De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.

De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.

Het woord van de Heer is een lamp voor onze voeten

Het woord van de Heer is een lamp voor onze voeten


Gerelateerd aan lamp

ventiel - luchtklep - radiobuis - radiolamp - peer - ampul - licht - lichtjelamp - armatuur - voorwerp - lichtbron