Vertaling van lassen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wellen, lassen {ww.}
wellen
lassen {ww.}

ik las
jij last
hij/zij/het last

ik wel
jij welt
hij/zij/het welt
» meer vervoegingen van wellen

lassen {ww.}
lassen {ww.}

ik las
jij last
hij/zij/het last

ik las
jij last
hij/zij/het last
» meer vervoegingen van lassen

las (mv. lassen) {zn.}
las (mv. lassen) {zn.}
Hij las het boek gisteren.
Hij las het boek gisteren.
Hij las verder in het boek.
Hij las verder in het boek.
voegen, verbinden, liëren, lassen {ww.}
voegen
verbinden
liëren
lassen {ww.}

ik las
jij last
hij/zij/het last

ik voeg
jij voegt
hij/zij/het voegt
» meer vervoegingen van voegen

Ik heb niets toe te voegen.
Ik heb niets toe te voegen.
Tom vroeg Maria geen suiker toe te voegen.
Tom vroeg Maria geen suiker toe te voegen.
las [m] (de ~), lasverbinding {zn.}
las [m] (de ~)
lasverbinding {zn.}
Ik las een boek tijdens het wandelen.
Ik las een boek tijdens het wandelen.
Gisteren las ik een interessant verhaal.
Gisteren las ik een interessant verhaal.
las (mv. lassen), lasnaad [m] (de ~) {zn.}
las (mv. lassen)
lasnaad [m] (de ~) {zn.}
Ik las gisteren een artikel over zure regen.
Ik las gisteren een artikel over zure regen.
las (mv. lassen) {zn.}
las (mv. lassen) {zn.}


Gerelateerd aan lassen

wellen - las - voegen - verbinden - liëren - lasverbinding - lasnaadverbinden - samendoen - vasthechten - verbinding - naad - tong