Vertaling van lukken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gaan, slagen, lukken, gelukken {ww.}
gaan
slagen
lukken
gelukken {ww.}

ik zal gaan
jij zult gaan
hij/zij/het zal gaan

ik zal gaan
jij zult gaan
hij/zij/het zal gaan
» meer vervoegingen van gaan

Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.
Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.
Hij wilde slagen.
Hij wilde slagen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.

Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.

Doe je best en het zal je lukken.

Doe je best en het zal je lukken.

Ik zei je toch dat het niet zou lukken.

Ik zei je toch dat het niet zou lukken.


Gerelateerd aan lukken

gaan - slagen - gelukkenbereiken - uitdraaien