Vertaling van meteen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aanstonds, dadelijk, meteen, op staande voet, schielijk, subiet, zo, onmiddellijk {bw.}
aanstonds
dadelijk
meteen
op staande voet
schielijk
subiet
zo
onmiddellijk {bw.}
meteen, à la minute, dadelijk, direct, gelijk, ogenblikkelijk, onmiddellijk, stante pede, onverwijld {bn.}
meteen
à la minute
dadelijk
direct
gelijk
ogenblikkelijk
onmiddellijk
stante pede
onverwijld {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Je hoeft niet meteen te gaan.

Je hoeft niet meteen te gaan.

We kunnen net zo goed meteen gaan.

We kunnen net zo goed meteen gaan.

Ik kom meteen naar je toe.

Ik kom meteen naar je toe.

We hebben examens, meteen na de zomervakantie.

We hebben examens, meteen na de zomervakantie.

Je moet het niet meteen doen.

Je moet het niet meteen doen.

Examens zijn meteen na de zomervakantie.

Examens zijn meteen na de zomervakantie.

Het is zo broeierig, ik denk dat het zo meteen gaat onweren.

Het is zo broeierig, ik denk dat het zo meteen gaat onweren.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Ik zette wat koekjes op tafel en de kinderen aten ze meteen op.

Ik zette wat koekjes op tafel en de kinderen aten ze meteen op.

Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.

Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.

Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.

Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.