Vertaling van misbruiken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
misbruiken, onteren, verkrachten {ww.}
misbruiken
onteren
verkrachten {ww.}
onteren
verkrachten {ww.}
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
» meer vervoegingen van misbruiken
misbruik maken van, misbruiken {ww.}
misbruik maken van
misbruiken {ww.}
misbruiken {ww.}
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
» meer vervoegingen van misbruiken
misbruik maken van, misbruiken {ww.}
misbruik maken van
misbruiken {ww.}
misbruiken {ww.}
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
» meer vervoegingen van misbruiken
misbruiken, abuseren {ww.}
misbruiken
abuseren {ww.}
abuseren {ww.}
ik abuseer
jij abuseert
hij/zij/het abuseert
ik misbruik
jij misbruikt
hij/zij/het misbruikt
» meer vervoegingen van misbruiken
misbruik (mv. misbruiken) {zn.}
misbruik (mv. misbruiken) {zn.}
De koning maakte misbruik van zijn macht.
De koning maakte misbruik van zijn macht.
Hij maakte misbruik van mijn onwetendheid en bedroog me.
Hij maakte misbruik van mijn onwetendheid en bedroog me.
misbruik (mv. misbruiken) , wangebruik {zn.}
misbruik (mv. misbruiken)
wangebruik {zn.}
wangebruik {zn.}