Vertaling van nagel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
nagel {zn.}
nagel {zn.}
De nagel ging door de muur.
De nagel ging door de muur.
nagel {zn.}
nagel {zn.}
spijker , nagel , draadnagel {zn.}
spijker
nagel
draadnagel {zn.}
nagel
draadnagel {zn.}
Voor iemand die alleen een hamer in z'n gereedschapskist heeft ziet elk probleem eruit als een spijker.
Voor iemand die alleen een hamer in z'n gereedschapskist heeft ziet elk probleem eruit als een spijker.
nagel , spijker {zn.}
nagel
spijker {zn.}
spijker {zn.}
nagel {zn.}
nagel {zn.}
spijkeren, nagelen {ww.}
spijkeren
nagelen {ww.}
nagelen {ww.}
ik nagel
jij nagelt
hij/zij/het nagelt
ik spijker
jij spijkert
hij/zij/het spijkert
» meer vervoegingen van spijkeren
klinken, vastspijkeren, vastnagelen, nagelen, inklinken, spijkeren {ww.}
klinken
vastspijkeren
vastnagelen
nagelen
inklinken
spijkeren {ww.}
vastspijkeren
vastnagelen
nagelen
inklinken
spijkeren {ww.}
ik klink in
jij klinkt in
hij/zij/het klinkt in
ik klink
jij klinkt
hij/zij/het klinkt
» meer vervoegingen van klinken
Iedereen kan helpen verzekeren dat de zinnen goed klinken en juist gespeld zijn.
Iedereen kan helpen verzekeren dat de zinnen goed klinken en juist gespeld zijn.
Muziek is geen taal, maar sommige talen klinken als muziek in mijn oren.
Muziek is geen taal, maar sommige talen klinken als muziek in mijn oren.