Vertaling van nu
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
nu, momenteel, op het ogenblik, tegenwoordig, thans {bw.}
nu
momenteel
op het ogenblik
tegenwoordig
thans {bw.}
momenteel
op het ogenblik
tegenwoordig
thans {bw.}
nu {zn.}
nu {zn.}
En nu?
En nu?
Ik ben moe nu.
Ik ben moe nu.
nou, nu
nou
nu
nu
nu , heden {zn.}
nu
heden {zn.}
heden {zn.}
We kunnen het verleden en het heden registreren.
We kunnen het verleden en het heden registreren.
Waar woont u nu?
Waar woont u nu?
nou, nu, tegenwoordig, thans {bw.}
nou
nu
tegenwoordig
thans {bw.}
nu
tegenwoordig
thans {bw.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
En nu?
En nu?
Ik ben moe nu.
Ik ben moe nu.
Waar woont u nu?
Waar woont u nu?
Moet ik nu gaan?
Moet ik nu gaan?
Mag ik nu gaan?
Mag ik nu gaan?
Wie lacht nu?
Wie lacht nu?
Ik ben nu 30.
Ik ben nu 30.
Wat doen we nu?
Wat doen we nu?
Nu of nooit!
Nu of nooit!
Studeer vanaf nu harder.
Studeer vanaf nu harder.
Mag ik nu gaan?
Mag ik nu gaan?
Ben je nu tevreden?
Ben je nu tevreden?
Waar werkt Tom nu?
Waar werkt Tom nu?
Heb je nu tijd?
Heb je nu tijd?
Je mag nu binnenkomen.
Je mag nu binnenkomen.