Vertaling van ontvouwen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ontvouwen, uitspreiden, spreiden {ww.}
ontvouwen
uitspreiden
spreiden {ww.}

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt
» meer vervoegingen van ontvouwen

opzetten, uitvouwen, uitspreiden, ontvouwen {ww.}
opzetten
uitvouwen
uitspreiden
ontvouwen {ww.}

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt

ik zet op
jij zet op
hij/zij/het zet op
» meer vervoegingen van opzetten

Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.
ontwikkelen, ontplooien, ontwarren, ontvouwen {ww.}
ontwikkelen
ontplooien
ontwarren
ontvouwen {ww.}

ik ontplooi
jij ontplooit
hij/zij/het ontplooit

ik ontwikkel
jij ontwikkelt
hij/zij/het ontwikkelt
» meer vervoegingen van ontwikkelen

Wat vindt je van deze foto's? Ik heb ze vandaag laten ontwikkelen.
Wat vindt je van deze foto's? Ik heb ze vandaag laten ontwikkelen.
ontvouwen {ww.}
ontvouwen {ww.}

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt
» meer vervoegingen van ontvouwen

uitvouwen, ontvouwen, openvouwen {ww.}
uitvouwen
ontvouwen
openvouwen {ww.}

ik ontvouw
jij ontvouwt
hij/zij/het ontvouwt

ik vouw uit
jij vouwt uit
hij/zij/het vouwt uit
» meer vervoegingen van uitvouwen



Gerelateerd aan ontvouwen

uitspreiden - spreiden - opzetten - uitvouwen - ontwikkelen - ontplooien - ontwarren - openvouwenexponeren - ontgrendelen - vouwen