Vertaling van overtrekken
bekleden {ww.}
ik bekleed
jij bekleedt
hij/zij/het bekleedt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
overtrekken
natrekken
calqueren {ww.}
ik calqueer
jij calqueert
hij/zij/het calqueert
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
overtrekken {ww.}
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
ik overtrek
jij overtrekt
hij/zij/het overtrekt
» meer vervoegingen van overtrekken
overtrekken
calqueren
overtekenen {ww.}
ik calqueer
jij calqueert
hij/zij/het calqueert
ik haal over
jij haalt over
hij/zij/het haalt over
» meer vervoegingen van overhalen
overdrijven
opblazen
opkloppen
overtrekken
oppijpen
hyperboliseren {ww.}
ik hyperboliseer
jij hyperboliseert
hij/zij/het hyperboliseert
ik kleur
jij kleurt
hij/zij/het kleurt
» meer vervoegingen van kleuren
overtrekken {ww.}
ik haal over
jij haalt over
hij/zij/het haalt over
ik haal over
jij haalt over
hij/zij/het haalt over
» meer vervoegingen van overhalen
overtrekken
voorbijtrekken {ww.}
ik overdrijf
jij overdrijft
hij/zij/het overdrijft
ik overdrijf
jij overdrijft
hij/zij/het overdrijft
» meer vervoegingen van overdrijven