Vertaling van proefje

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
proef, bewijs [o] (het ~), getuige [o] (het ~), getuigenis [v] (de/het ~), proeve, proefje, blijk [o] (het ~) {zn.}
proef
bewijs [o] (het ~)
getuige [o] (het ~)
getuigenis [v] (de/het ~)
proeve
proefje
blijk [o] (het ~) {zn.}
Één getuige is geen getuige", "Een enkele getuigenis is onvoldoende
Één getuige is geen getuige", "Een enkele getuigenis is onvoldoende
Tom was getuige van het ongeluk.
Tom was getuige van het ongeluk.


Gerelateerd aan proefje

proef - bewijs - getuige - getuigenis - proeve - blijkinformatie