Vertaling van bewijs
bewijs door redenering {zn.}
bewijs
adstructie {zn.}
bewijs
wenk
merkteken
blijk {zn.}
aantonen {ww.}
ik toon aan
jij toont aan
hij/zij/het toont aan
ik bewijs
jij bewijst
hij/zij/het bewijst
» meer vervoegingen van bewijzen
adstrueren
bewijzen
staven
uitwijzen
waarmaken {ww.}
ik toon aan
jij toont aan
hij/zij/het toont aan
ik toon aan
jij toont aan
hij/zij/het toont aan
» meer vervoegingen van aantonen
bewijs
getuige
getuigenis
proeve
proefje
blijk {zn.}
hardmaken
aantonen
staven {ww.}
ik toon aan
jij toont aan
hij/zij/het toont aan
ik bewijs
jij bewijst
hij/zij/het bewijst
» meer vervoegingen van bewijzen
betonen
bewijzen {ww.}
ik betoon
jij betoont
hij/zij/het betoont
ik betuig
jij betuigt
hij/zij/het betuigt
» meer vervoegingen van betuigen
Voorbeelden in zinsverband
Ik heb een duidelijk bewijs.
Ik heb een duidelijk bewijs.
Bewijs van onvermogen
Bewijs van onvermogen
Tenzij er betrouwbaar bewijs voor is, zouden we niet alles zomaar moeten geloven.
Tenzij er betrouwbaar bewijs voor is, zouden we niet alles zomaar moeten geloven.