Vertaling van blijk
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
teken , bewijs , wenk, merkteken , blijk {zn.}
teken
bewijs
wenk
merkteken
blijk {zn.}
bewijs
wenk
merkteken
blijk {zn.}
Wat betekend dit teken?
Wat betekend dit teken?
Waarom teken je bloemen?
Waarom teken je bloemen?
blijken {ww.}
blijken {ww.}
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
» meer vervoegingen van blijken
zich vertonen, blijken {ww.}
zich vertonen
blijken {ww.}
blijken {ww.}
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
» meer vervoegingen van blijken
proef, bewijs , getuige , getuigenis , proeve, proefje, blijk {zn.}
proef
bewijs
getuige
getuigenis
proeve
proefje
blijk {zn.}
bewijs
getuige
getuigenis
proeve
proefje
blijk {zn.}
Één getuige is geen getuige", "Een enkele getuigenis is onvoldoende
Één getuige is geen getuige", "Een enkele getuigenis is onvoldoende
Tom was getuige van het ongeluk.
Tom was getuige van het ongeluk.
blijken {ww.}
blijken {ww.}
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
ik blijk
jij blijkt
hij/zij/het blijkt
» meer vervoegingen van blijken