Vertaling van proef
experiment
proefneming {zn.}
staal
monster
specimen
proefstuk
staaltje {zn.}
proef
poging
toets
toetsing
beproeving {zn.}
bewijs
getuige
getuigenis
proeve
proefje
blijk {zn.}
monster
staal
sample
proefstuk {zn.}
drukproef {zn.}
probeersel {zn.}
smaken {ww.}
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
» meer vervoegingen van proeven
experiment
onderzoeking
proef
proefneming
toets
probeersel
toetssteen {zn.}
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
» meer vervoegingen van proeven
bespeuren
beluisteren {ww.}
ik beluister
jij beluistert
hij/zij/het beluistert
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
» meer vervoegingen van proeven
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
ik proef
jij proeft
hij/zij/het proeft
» meer vervoegingen van proeven
Voorbeelden in zinsverband
Deze leerlingen hebben beiden de proef gefaald.
Deze leerlingen hebben beiden de proef gefaald.
Is hij geslaagd voor de proef?
Is hij geslaagd voor de proef?
Ondanks alle moeite is hij niet geslaagd in de proef.
Ondanks alle moeite is hij niet geslaagd in de proef.