Vertaling van reflecteren
weerkaatsen
spiegelen
terugkaatsen
reflecteren {ww.}
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
ik spiegel
jij spiegelt
hij/zij/het spiegelt
» meer vervoegingen van spiegelen
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
» meer vervoegingen van reflecteren
spiegelen
reflecteren {ww.}
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
ik spiegel
jij spiegelt
hij/zij/het spiegelt
» meer vervoegingen van spiegelen
reflecteren
bespiegelen {ww.}
ik bespiegel
jij bespiegelt
hij/zij/het bespiegelt
ik denk na
jij denkt na
hij/zij/het denkt na
» meer vervoegingen van nadenken
reflecteren {ww.}
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
ik reflecteer
jij reflecteert
hij/zij/het reflecteert
» meer vervoegingen van reflecteren