Vertaling van kaatsen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
kaatsen {ww.}
kaatsen {ww.}

ik kaats
jij kaatst
hij/zij/het kaatst

ik kaats
jij kaatst
hij/zij/het kaatst
» meer vervoegingen van kaatsen

kaatsen, ketsen, stuiteren, stuiten {ww.}
kaatsen
ketsen
stuiteren
stuiten {ww.}

ik kaats
jij kaatst
hij/zij/het kaatst

ik kaats
jij kaatst
hij/zij/het kaatst
» meer vervoegingen van kaatsen

weerkaatsen, terugkaatsen, kaatsen {ww.}
weerkaatsen
terugkaatsen
kaatsen {ww.}

ik kaats
jij kaatst
hij/zij/het kaatst

ik kaats terug
jij kaatst terug
hij/zij/het kaatst terug
» meer vervoegingen van terugkaatsen



Gerelateerd aan kaatsen

ketsen - stuiteren - stuiten - weerkaatsen - terugkaatsenvallen - terugstuiten - schijnen - veroorzaken