Vertaling van resten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
blijven, overblijven, verblijven, toeven, resteren, resten {ww.}
blijven
overblijven
verblijven
toeven
resteren
resten {ww.}

ik blijf
jij blijft
hij/zij/het blijft

ik blijf
jij blijft
hij/zij/het blijft
» meer vervoegingen van blijven

Het is altijd mogelijk om een aanzienlijk aantal mensen te verenigen in liefde, zolang er andere mensen overblijven om hun agressieve uitingen te incasseren.
Het is altijd mogelijk om een aanzienlijk aantal mensen te verenigen in liefde, zolang er andere mensen overblijven om hun agressieve uitingen te incasseren.
Zult ge thuis blijven?
Zult ge thuis blijven?
rest (mv. resten), resterende, overige {zn.}
rest (mv. resten)
resterende
overige {zn.}
Een goede gezondheid is meer waard dan al de rest.
Een goede gezondheid is meer waard dan al de rest.
Hij maakte het beste van de resterende tijd.
Hij maakte het beste van de resterende tijd.
rest (mv. resten) {zn.}
rest (mv. resten) {zn.}
Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven.
Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven.
Ik wil je alleen maar laten weten, dat als ik vandaag sterf, dan zal ik je achtervolgen voor de rest van je leven.
Ik wil je alleen maar laten weten, dat als ik vandaag sterf, dan zal ik je achtervolgen voor de rest van je leven.
rest (mv. resten), overblijfsel, restant {zn.}
rest (mv. resten)
overblijfsel
restant {zn.}
Het is duidelijk dat de Amerikanen hun eigen probleem niet eens kunnen oplossen, dus hoe kunnen ze zichzelf bekwaam achten voor het aanpakken van problemen in de rest
Het is duidelijk dat de Amerikanen hun eigen probleem niet eens kunnen oplossen, dus hoe kunnen ze zichzelf bekwaam achten voor het aanpakken van problemen in de rest
overblijven, resten {ww.}
overblijven
resten {ww.}

ik blijf over
jij blijft over
hij/zij/het blijft over

ik blijf over
jij blijft over
hij/zij/het blijft over
» meer vervoegingen van overblijven

rest [m] (de ~), overschot [o] (het ~), overblijfsel {zn.}
rest [m] (de ~)
overschot [o] (het ~)
overblijfsel {zn.}


Gerelateerd aan resten

blijven - overblijven - verblijven - toeven - resteren - rest - resterende - overige - overblijfsel - restant - overschotblijven - deel