Vertaling van verblijven

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
blijven, overblijven, verblijven, toeven, resteren, resten {ww.}
blijven
overblijven
verblijven
toeven
resteren
resten {ww.}

ik blijf
jij blijft
hij/zij/het blijft

ik blijf
jij blijft
hij/zij/het blijft
» meer vervoegingen van blijven

Het is altijd mogelijk om een aanzienlijk aantal mensen te verenigen in liefde, zolang er andere mensen overblijven om hun agressieve uitingen te incasseren.
Het is altijd mogelijk om een aanzienlijk aantal mensen te verenigen in liefde, zolang er andere mensen overblijven om hun agressieve uitingen te incasseren.
Zult ge thuis blijven?
Zult ge thuis blijven?
verblijf (mv. verblijven), oponthoud [o] {zn.}
verblijf (mv. verblijven)
oponthoud [o] {zn.}
Ik verblijf bij mijn oom in Tokio.
Ik verblijf bij mijn oom in Tokio.
Ik heb haar ontmoet tijdens mijn verblijf in Mexico.
Ik heb haar ontmoet tijdens mijn verblijf in Mexico.
verblijf (mv. verblijven), verblijfplaats {zn.}
verblijf (mv. verblijven)
verblijfplaats {zn.}
huizen, verblijven {ww.}
huizen
verblijven {ww.}

ik huis
jij huist
hij/zij/het huist

ik huis
jij huist
hij/zij/het huist
» meer vervoegingen van huizen

De politieagent bezocht alle huizen.
De politieagent bezocht alle huizen.
Tom heeft zwee huizen en een boot.
Tom heeft zwee huizen en een boot.
toekomen, verblijven {ww.}
toekomen
verblijven {ww.}

ik kom toe
jij komt toe
hij/zij/het komt toe

ik kom toe
jij komt toe
hij/zij/het komt toe
» meer vervoegingen van toekomen

verblijf [o] (het ~), onderkomen [o] (het ~), verblijfplaats [m] (de ~) {zn.}
verblijf [o] (het ~)
onderkomen [o] (het ~)
verblijfplaats [m] (de ~) {zn.}
verblijf (mv. verblijven) [o] (het ~), oponthoud, séjour {zn.}
verblijf (mv. verblijven) [o] (het ~)
oponthoud
séjour {zn.}
Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.
Hef elk oponthoud op, voor wie voorbereid is, is uitstellen altijd schadelijk geweest.


Gerelateerd aan verblijven

blijven - overblijven - toeven - resteren - resten - verblijf - oponthoud - verblijfplaats - huizen - toekomen - onderkomen - séjourpozen - toebehoren - oord - handeling