Vertaling van pozen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tijd, poos (mv. pozen) {zn.}
tijd
poos (mv. pozen) {zn.}
poos (mv. pozen) {zn.}
Ja, het gebeurt van tijd tot tijd.
Ja, het gebeurt van tijd tot tijd.
We gaan van tijd tot tijd vissen.
We gaan van tijd tot tijd vissen.
zijn, zitten, ophouden, wezen, uithangen, verkeren, bevinden, verwijlen, vertoeven, toeven, pozen {ww.}
zijn
zitten
ophouden
wezen
uithangen
verkeren
bevinden
verwijlen
vertoeven
toeven
pozen {ww.}
zitten
ophouden
wezen
uithangen
verkeren
bevinden
verwijlen
vertoeven
toeven
pozen {ww.}
ik bevind
jij bevindt
hij/zij/het bevindt
ik ben
jij bent
hij/zij/het is
» meer vervoegingen van zijn
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
Het regende zonder ophouden.
Het regende zonder ophouden.
wijl, poos {zn.}
wijl
poos {zn.}
poos {zn.}