Vertaling van wijl
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
moment, ogenblik, tel , tijdstip, wip, wijl, oogwenk {zn.}
moment
ogenblik
tel
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
ogenblik
tel
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
Wacht tot ik tot tien tel.
Wacht tot ik tot tien tel.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
wijl, poos {zn.}
wijl
poos {zn.}
poos {zn.}
tijdje , wijl, spanne tijds {zn.}
tijdje
wijl
spanne tijds {zn.}
wijl
spanne tijds {zn.}
Hij stond daar een tijdje.
Hij stond daar een tijdje.
Hij is hier een tijdje gebleven.
Hij is hier een tijdje gebleven.
aangezien, daar, omdat, vermits, want, wijl {vw.}
aangezien
daar
omdat
vermits
want
wijl {vw.}
daar
omdat
vermits
want
wijl {vw.}
wijlen, verwijlen, vertoeven, verblijf houden, resideren, plakken {ww.}
wijlen
verwijlen
vertoeven
verblijf houden
resideren
plakken {ww.}
verwijlen
vertoeven
verblijf houden
resideren
plakken {ww.}
ik plak
jij plakt
hij/zij/het plakt
ik wijl
jij wijlt
hij/zij/het wijlt
» meer vervoegingen van wijlen
Wijlen haar echtgenoot was violist.
Wijlen haar echtgenoot was violist.