Vertaling van ogenblik

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
moment, ogenblik, tel [m], tijdstip, wip, wijl, oogwenk {zn.}
moment
ogenblik
tel [m]
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
Wacht tot ik tot tien tel.
Wacht tot ik tot tien tel.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
moment [o] (het ~), punt [o] (het ~), minuut, ogenblik [o] (het ~), tel [m] (de ~), seconde {zn.}
moment [o] (het ~)
punt [o] (het ~)
minuut
ogenblik [o] (het ~)
tel [m] (de ~)
seconde {zn.}
Hij kan er elke seconde zijn.
Hij kan er elke seconde zijn.
Die klok loopt één minuut voor.
Die klok loopt één minuut voor.
tijd [m] (de ~), uur [o] (het ~), moment [o] (het ~), ogenblik [o] (het ~), tijdstip [o] (het ~), ure, stonde [m] (de ~) {zn.}
tijd [m] (de ~)
uur [o] (het ~)
moment [o] (het ~)
ogenblik [o] (het ~)
tijdstip [o] (het ~)
ure
stonde [m] (de ~) {zn.}
Het uur is er", "Het is tijd
Het uur is er", "Het is tijd
Het uur vlucht, de tijd vliegt
Het uur vlucht, de tijd vliegt


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Voor het ogenblik ben ik op dieet.

Voor het ogenblik ben ik op dieet.

Een ogenblik alsjeblieft!

Een ogenblik alsjeblieft!

Ik heb niet genoeg geld voor het ogenblik.

Ik heb niet genoeg geld voor het ogenblik.

Dat is al wat ik op dit ogenblik kan zeggen.

Dat is al wat ik op dit ogenblik kan zeggen.

Zeg mij wat ge op dat ogenblik gezien hebt.

Zeg mij wat ge op dat ogenblik gezien hebt.


Gerelateerd aan ogenblik

moment - tel - tijdstip - wip - wijl - oogwenk - punt - minuut - seconde - tijd - uur - ure - stondetijdstip - tijd