Vertaling van wip
bascule {zn.}
ogenblik
tel
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
wip
nummertje {zn.}
wip
geslachtsdaad {zn.}
wip {zn.}
vellen
neervellen
wippen {ww.}
ik kap
jij kapt
hij/zij/het kapt
ik kap
jij kapt
hij/zij/het kapt
» meer vervoegingen van kappen
wippen
vozen
neuken
copuleren {ww.}
ik copuleer
jij copuleert
hij/zij/het copuleert
ik naai
jij naait
hij/zij/het naait
» meer vervoegingen van naaien
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
hobbelen
schommelen
wiegelen
wiegen
wippen {ww.}
ik balanceer
jij balanceert
hij/zij/het balanceert
ik balanceer
jij balanceert
hij/zij/het balanceert
» meer vervoegingen van balanceren
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
wippen {ww.}
ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat
ik ontsla
jij ontslaat
hij/zij/het ontslaat
» meer vervoegingen van ontslaan
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
bedvogelen
bibberen
bonken
bonzen
coïteren
cohabiteren
emmeren
flensen
fleppen
fokken
ketsen
kezen
kieren
knarren
neuken
pompen
rampetampen
soppen
vogelen
vozen
slapen
poepen
rollebollen
seksen
figuurzagen
wippen
palen
rammen
naaien {ww.}
ik bibber
jij bibbert
hij/zij/het bibbert
ik vrij
jij vrijt
hij/zij/het vrijt
» meer vervoegingen van vrijen
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
ik wip
jij wipt
hij/zij/het wipt
» meer vervoegingen van wippen