Vertaling van risico

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
risico, waag [v], waagstuk, gewaagdheid [v] {zn.}
risico
waag [v]
waagstuk
gewaagdheid [v] {zn.}
Waag wat gewaagd moet worden
Waag wat gewaagd moet worden
Risico in uitstel
Risico in uitstel
gevaar [o] (het ~), risico [m] (de/het ~) {zn.}
gevaar [o] (het ~)
risico [m] (de/het ~) {zn.}
We zijn buiten gevaar.
We zijn buiten gevaar.
Mijn leven was in gevaar.
Mijn leven was in gevaar.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Risico in uitstel

Risico in uitstel

Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.

Ik wil niet het risico lopen het te verliezen.

Hij zei dat hij van plan was een risico te nemen.

Hij zei dat hij van plan was een risico te nemen.


Gerelateerd aan risico

waag - waagstuk - gewaagdheid - gevaarkans